Contact

Rijschool Provis
Dirkje Goedhartstraat 88
3065 HH Rotterdam
T: 06-23592223
M: 06-23592223
info@rijschoolprovis.nl

Het vernieuwde praktijkexamen in een notendop

Tijdens het vernieuwde rijexamen, dat op 1 januari 2008 is ingevoerd, wordt de kandidaat ook beoordeeld op verkeersinzicht en op zelfstandig rijgedrag. Daar zijn vijf nieuwe examenonderdelen voor ontwikkeld; zelfstandig route rijden, bijzondere manoeuvres, gevaarherkenning door situatiebevraging, zelfreflectie en milieubewust rijgedrag.

Zelfstandig route rijden

Een kandidaat rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd:

  • Naar een variabel oriëntantiepunt rijden;
  • Meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht);
  • Met behulp van een navigatiesysteem.

De examinator bepaalt hoe de kandidaat zelfstandig rijden moet uitvoeren. Dit meldt hij de kandidaat aan het begin of tijdens de examenrit. Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert.

  • Het variabele oriëntatiepunt. Het zijn markante plaatsen, zoals een hoog gebouw, een voor de kandidaat bekend stukje route of een kerk. Deze vorm kan op elk moment in het examen worden toegepast
  • De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te checken of de kandidaat het begrepen heeft. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet komen. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijf opdrachten. Tevens kan de examinator ook vragen of je een route via de ANWB borden wil volgen.
  • Het rijden met een navigatiesysteem kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast.

Bijzondere manoeuvres

Het rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres:

Een omkeeropdracht, een parkeeropdracht en een stopopdracht. Van deze drie kiest de examinator er twee.

  • Bij de omkeeropdracht krijgt de kandidaat al rijdende te horen dat hij de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. De kandidaat kiest zelf de plaats en de wijze waarop hij keert. Hij kan dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. De kandidaat moet laten zien dat hij op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.
  • De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijgt de kandidaat de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaalt de kandidaat zelf hoe hij de parkeeropdracht uitvoert.
  • Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet de kandidaat zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat de kandidaat een juiste inschatting heeft van de lengte van de neus van de auto. De examinator kan steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren. Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres moet de kandidaat in ieder geval één keer achteruit hebben gereden. Kiest de kandidaat daar de eerste keer niet voor, dan zal de uitvoering van de tweede bijzondere manoeuvre in ieder geval een stukje achteruit rijden moeten bevatten. Bij de uitvoering is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop de kandidaat de opdracht uitvoert.

Milieubewust rijgedrag

Voor een beter milieu en voor de eigen portemonnee is het belangrijk dat automobilisten milieubewust autorijden, dus volgens de principes van Het Nieuwe Rijden. Daarom wordt meer aandacht besteed aan anticiperend rijgedrag, zoals filerijden en filemijden. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering van het brandstofverbruik, maar heeft ook een positieve invloed heeft op verkeersveilig rijgedrag. Ook wordt er in het vernieuwde rijexamen meer aandacht besteed aan de bandenspanning en of de kandidaat op het juiste moment schakelt. Anders dan nu wordt het milieubewust rijden in het vernieuwde examen als een afzonderlijk item beoordeeld.

Gevaarherkenning door situatiebevraging

Bij dit nieuwe onderdeel wordt de kandidaat na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom hij dat op die manier heeft gedaan. Wat of hoe heeft de kandidaat de situatie opgelost en welke afwegingen heeft hij hierbij gemaakt.

Zelfreflectie

Voor het examen vult de kandidaat een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen.

Voor downloaden formulier Zelfreflectie KLIK HIER

Die lijst geeft hij aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt samen met de kandidaat de antwoorden. Van belang hierbij is dat de kandidaat een realistisch beeld heeft van zijn eigen capaciteiten en beperkingen.

Zelfreflectie wordt niet meegenomen in de eindbeoordeling van het examen!